Mest uitrijden in hogedrukgebied veroorzaakt extra fijnstof
Bij fijnstof valt er een onderscheid te maken tussen primair fijnstof en secundair fijnstof. Primair fijnstof bestaat uit kleine deeltjes die onmiddellijk worden gevormd, bijvoorbeeld bij het verstoken van hout. Secundair fijnstof is fijnstof dat indirect gevormd wordt, zoals de ammoniumzouten die bij ammoniakemissie kunnen ontstaan.
Momenteel zijn de huidige klimatologische omstandigheden ongunstig met het oog op fijnstof. De atmosferische omstandigheden zijn stabiel, wat betekent dat de koudere lucht onder een warmere luchtlaag ligt, met relatief weinig menging van de luchtlagen. Daardoor blijft de uitstoot in de onderste laag van de atmosfeer en worden de concentraties groter. Daarmee is ook de kans groter dat ammoniak in vermenging komt met stikstofoxiden.
Ammoniumzouten zijn zeer kleine fijnstofdeeltjes. Dat is een probleem, want hoe kleiner een fijnstofdeeltje is, hoe dieper het bij inademing in de longen belandt. Het deeltje zal dan makkelijker door de longbarrière gaan en eventueel zelfs in het bloed terechtkomen. Om die reden zou het nuttig zijn om het uitrijden van mest te vermijden bij ongunstige klimatologische omstandigheden.