Europese Commissie keurt subsidieregeling Extensivering melkveehouderij goed
De regeling is tot stand gekomen op initiatief van zeven primaire melkveeorganisaties. De organisaties hebben zich de afgelopen periode gezamenlijk ingezet om te komen tot een praktische en haalbare oplossing voor melkveehouders die vastlopen door de druk op de mestmarkt.
De subsidieregeling Extensivering melkveehouderij heeft als doel om de emissies van ammoniak en broeikasgassen te verminderen. Daarnaast zal de mestproductie afnemen, waardoor ook de druk op de mestmarkt naar verwachting zal afnemen. De regeling is specifiek voor melkveehouders die willen blijven melken, maar in de problemen zijn gekomen. Hiermee kunnen zij onder gunstige financiële voorwaarden toch investeren in hun bedrijf.
De regeling is vrijwillig en tijdelijk van aard. Deze regeling biedt melkveehouders die klem zitten een concreet handelingsperspectief. Tegelijkertijd draagt de regeling bij aan het verlichten van de druk op de mestmarkt als geheel. Melkveehouders die deelnemen aan de regeling extensiveren hun bedrijf gedurende een periode van 3 jaar door minimaal 10% en maximaal 20% van hun melkvee af te bouwen.
In ruil ontvangen de deelnemende melkveebedrijven een compensatie voor gemiste inkomsten en een vergoeding voor de fosfaatrechten die definitief worden doorgehaald. Na drie jaar is reguliere bedrijfsontwikkeling weer mogelijk en kunnen deelnemende melkveehouders ervoor kiezen hun veestapel weer te laten groeien, bijvoorbeeld naar het oorspronkelijke aantal melkkoeien.
Tegelijkertijd met de publicatie van de regeling in de Staatscourant publiceert de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) uitleg over de precieze voorwaarden en werking van de regeling op de subsidiepagina, inclusief een rekentool. Ook komen er online vragenuurtjes om melkveehouders die interesse hebben goed in staat te stellen te onderzoeken of de regeling voor hen financieel aantrekkelijk is. Daarnaast informeert de RVO.nl accountants over de regeling.
De subsidie wordt in jaarlijkse voorschotten uitbetaald gedurende de driejarige looptijd van de regeling en bestaat uit twee componenten. Ten eerste compensatie inkomensverlies van 1.606 euro per melkkoe per jaar. Ten tweede een vergoeding van 110 euro per fosfaatrecht voor 100% van de rechten. Dit in tegenstelling tot een marktpartij waarbij de verkopende partij 70% van de rechten kan verkopen. De totale vergoeding bij een gemiddelde melkproductie is dan 9.757 euro per melkkoe.
Naast de publieke regeling leveren ook banken een bijdrage. Afhankelijk van hun beleid bieden zij passende financierings- en investeringsmogelijkheden aan deelnemende melkveebedrijven. Daarbij wordt maatwerk toegepast, binnen de geldende bancaire kaders en mededingingsregels. Dit stelt melkveehouders in staat om hun bedrijf verder te ontwikkelen en gericht te investeren in een toekomstbestendige bedrijfsvoering.