Mestverwerking brengt Vlaamse mestbalans in evenwicht
De Vlaamse mestverwerkingssector steunt vooral op 2 technieken: biologische verwerking en compostering in combinatie met thermisch drogen. De laatste jaren hebben ook stripping/scrubbing en omgekeerde osmose zich als technologie doorontwikkeld tot volwassen verwerkingstechnieken.
Jaarlijks wordt in Vlaanderen 140 miljoen kilo stikstof gebruikt in de plantaardige productie. Daarbij is 61% van deze stikstof afkomstig uit dierlijke mest en 36% uit kunstmest. Sinds 2007 is het gebruik van stikstof uit dierlijke mest met 15% gedaald. De afzetruimte voor dierlijke mest werd beperkt door de verscherpte bemestingsnormen en het afschaffen van de derogatie. Tegelijk is in dezelfde periode het gebruik van stikstof uit kunstmest met 19% gestegen.
In 2023 werd in Vlaanderen 50,9 miljoen kilo stikstof uit kunstmest gebruikt, en tegelijk 37,9 miljoen kilo stikstof uit Vlaanderen geëxporteerd via de verwerking van dierlijke mest. Het potentieel van Renure-meststoffen, producten uit dierlijke mest die binnen de Europese regelgeving kunstmest kunnen vervangen, voor het sluiten van kringlopen is daarmee helder.
Het Vlaams Coördinatiecentrum Mestverwerking berekende dat, wanneer Vlaanderen 15% van de gebruikte kunstmest wil vervangen door in Vlaanderen geproduceerde Renure-meststoffen, 33% van de mest die momenteel verwerkt wordt, gebruikt moet worden voor de productie van dit type meststoffen. Hiervoor zijn 71 ammoniakstripping-installaties nodig. Gezien de waarde van Renure als kunstmestvervanger moet dat rendabel te realiseren zijn.