Stikstofbenutting door grasland is hoger bij emissiearme mesttoediening
Wageningen Environmental Research en het Louis Bolk Instituut hebben tussen 2021 en 2025 onderzoek uitgevoerd dat bestond uit een literatuurstudie, metingen van bodemkwaliteit op zand- en veengrond van 40 melkveebedrijven met verschillende mesttoedieningstechnieken, incubatiestudies naar de relatie tussen mestsamenstelling en gasvormige emissies, veldonderzoek naar scheurvorming en tweejarige veldproeven.
Er is onderzocht wat de effecten van mesttoedieningstechniek zijn op biologische, chemische en fysische bodemkenmerken, de stikstofbenutting door gras, lachgasemissie en het nitraatresidu na de oogst. Ook is onderzocht in hoeverre deze effecten worden beïnvloed door de samenstelling van runderdrijfmest en de integrale bedrijfsvoering.
De onderzoekers concluderen dat emissiearme toediening van mest op grasland in het algemeen leidt tot een lagere ammoniakemissie, een hogere lachgasemissie en een vergelijkbare nitraatuitspoeling ten opzichte van bovengrondse toediening. De stikstofbenutting door grasland is daardoor hoger bij emissiearme mesttoediening.
Uit het onderzoek volgen geen duidelijke korte- en langetermijneffecten van mesttoedieningstechnieken op chemische en biologische bodemeigenschappen. Wel worden er langetermijneffecten gemeten op bodemstructuur en beworteling. Er is een grote variatie in samenstelling van mest, die een effect kan hebben op gewasopname en emissies naar het milieu.
Bedrijven die bovengronds mest uitrijden, zijn gemiddeld minder intensief en gebruiken minder kunstmest dan bedrijven die zodenbemesting toepassen. Daardoor bevat hun mest doorgaans minder stikstof en ammonium dan de mest van bedrijven met een intensiever management. Het risico op gasvormige emissies is daardoor ook lager.
Meer details zijn te vinden in het rapport 'Effect van mesttoedieningstechniek op bodemleven en gasvormige emissies'.