Mogelijk meer organische stofrijke meststoffen met laag risico op nitraatuitspoeling

De stimuleringsmaatregel organische stofrijke meststoffen heeft tot doel het gebruik van meststoffen die sterk bijdragen aan het verhogen van het organische stofgehalte in de bodem en relatief weinig bijdragen aan het aandeel stikstof en fosfaat in de bodem te stimuleren. Wageningen Environmental Research heeft onderzocht of er meer meststoffen in aanmerking kunnen komen voor deze stimuleringsregeling. 

Het onderzoek is gedaan met champost, compost van dierlijke mest, een kalvergierproduct, en urine-arme dierlijke mest. Vastgesteld is dat twee van de vier onderzochte meststoffen een relatieve lage hoeveelheid minerale stikstof vrijgeven in grond in een periode van 100 dagen. Voor champost en gecomposteerde dierlijke mest wijzen de metingen op een relatief lage stikstofwerkzaamheid en een laag risico op nitraatuitspoeling binnen het eerste jaar na toepassing.


De stimuleringsmaatregel organische stofrijke meststoffen heeft gevolgen voor de op het perceel toe te passen fosfaatgebruiksnorm. De komende periode wil minister Van Essen van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur  bezien of en op welke manier dit onderzoek kan worden benut voor het stimuleren van organische stofrijke meststoffen in het nog op te stellen achtste actieprogramma Nitraatrichtlijn.


Aanvullend op het onderzoek van Wageningen Environmental Research is de stikstofdifferentiatie van een aantal organische stofrijke meststoffen onderzocht. Het agrarisch bedrijfsleven heeft zorgen geuit, omdat voor deze meststoffen geen werkingscoëfficiënt bekend is of dat deze te hoog zou zijn. Met de resultaten van bijgaand onderzoek kunnen de stikstofwerkingscoëfficiënten van deze meststoffen worden afgeleid. Van Essen zal de Commissie Deskundigen Meststoffenwet hierover om advies vragen. 


Meer details zijn te vinden in het rapport 'Organische stofrijke meststoffen - Beoordeling van organische meststoffen op effectieve organische stof (EOS) en stikstofmineralisatie'.

Bron: Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, 06/07/2026
Publicatie: 08-07-2026